Rendement berekenen

Wat is het rendement op uw vermogen?

Bereken rendement

Kwartaalbericht

Ontvang de actuele beleggingsvisie

Schrijf in

Aardolie 2014-2016: De OPEC op zoek naar de optimale prijs

8 januari 2017, Wealtheon

De aardolie was een belangrijke player in 2016. In februari 2016 is de barrel WTI (New York) onder de grens van USD 27 gegleden terwijl de prijsnotering acht maanden geleden nog USD 100 bedroeg. Deze forse daling van de olieprijs is een belangrijke voedingsbodem geweest voor de druk van deflatie op de mondiale economie, de voornaamste kopzorg van de centrale banken in de afgelopen twee jaar.

Het beleid van de open kraan van de OPEC[1] in 2014

Hoewel de groeivertraging van de Chinese economie en de ontwikkeling van de niet- conventionele olieproductie, geleid hebben tot prijsdalingen in 2014, had de beslissing van de OPEC tijdens haar vergadering op 27 november 2014 om de prijzen niet langer te ondersteunen, een dusdanig grote impact, dat buiten het directe kader van deze vergadering de inmiddels voormalige minister van energie van Saoedi-Arabië de mogelijkheid heeft geopperd van een barrel van USD 20[2], waarmee een nieuwe psychologische bodemprijs werd vastgesteld. De gebruikelijke koersen van de ruwe aardolie die sinds de oprichting van de OPEC in 1960 die in meer of mindere mate door het kartel werden ondersteund, hebben sindsdien hun ijkpunt verloren. Na geconstateerd te hebben dat de ruwe olieprijzen fors gingen dalen, zijn meerdere grote banken in hun analyses uitgegaan van een hypothese van een dollar op USD 20[3].

Heeft tot gevolg gehad dat de barrel gedaald is tot $ 20

Uit bovenstaand cijfer blijkt hoe complex de prijsstelling van ruwe aardolie is. De economische groei is hierbij theoretisch de spil, want groei bepaalt de wereldwijde vraag naar aardolie. Groei is de belangrijkste referentiewaarde in het aanpassingsbeleid op het aanbod van de OPEC. Aangezien het aanbod van de landen die niet tot de OPEC behoren per definitie altijd maximaal is, moet de OPEC haar productie afstellen op de markt. Het zijn echter de landen die niet tot de OPEC behoren die de drempel bepalen waaronder productiekosten niet langer gedekt worden door de opbrengsten. Het is dan ook niet de gemiddelde maar de hoogste olieprijs die deze ondergrens bepaalt. Wanneer de OPEC de koersen niet langer ondersteunt door op recordhoogte te produceren (zie Fig.2), glijden de prijzen daarom af naar de marginale productiekosten van het aanbod van de landen die niet tot de OPEC behoren, waardoor de rentabiliteit van de productie van de duurste aardolie geleidelijk afbrokkelt, totdat deze dure olie wordt uitgesloten van de markt.Uit bovenstaand cijfer blijkt hoe complex de prijsstelling van ruwe aardolie is. De economische groei is hierbij theoretisch de spil, want groei bepaalt de wereldwijde vraag naar aardolie. Groei is de belangrijkste referentiewaarde in het aanpassingsbeleid op het aanbod van de OPEC. Aangezien het aanbod van de landen die niet tot de OPEC behoren per definitie altijd maximaal is, moet de OPEC haar productie afstellen op de markt. Het zijn echter de landen die niet tot de OPEC behoren die de drempel bepalen waaronder productiekosten niet langer gedekt worden door de opbrengsten. Het is dan ook niet de gemiddelde maar de hoogste olieprijs die deze ondergrens bepaalt. Wanneer de OPEC de koersen niet langer ondersteunt door op recordhoogte te produceren (zie Fig.2), glijden de prijzen daarom af naar de marginale productiekosten van het aanbod van de landen die niet tot de OPEC behoren, waardoor de rentabiliteit van de productie van de duurste aardolie geleidelijk afbrokkelt, totdat deze dure olie wordt uitgesloten van de markt.Uit bovenstaand cijfer blijkt hoe complex de prijsstelling van ruwe aardolie is. De economische groei is hierbij theoretisch de spil, want groei bepaalt de wereldwijde vraag naar aardolie. Groei is de belangrijkste referentiewaarde in het aanpassingsbeleid op het aanbod van de OPEC. Aangezien het aanbod van de landen die niet tot de OPEC behoren per definitie altijd maximaal is, moet de OPEC haar productie afstellen op de markt. Het zijn echter de landen die niet tot de OPEC behoren die de drempel bepalen waaronder productiekosten niet langer gedekt worden door de opbrengsten. Het is dan ook niet de gemiddelde maar de hoogste olieprijs die deze ondergrens bepaalt. Wanneer de OPEC de koersen niet langer ondersteunt door op recordhoogte te produceren (zie Fig.2), glijden de prijzen daarom af naar de marginale productiekosten van het aanbod van de landen die niet tot de OPEC behoren, waardoor de rentabiliteit van de productie van de duurste aardolie geleidelijk afbrokkelt, totdat deze dure olie wordt uitgesloten van de markt.                           

Heeft de OPEC in haar positie als dominante producent versterkt

Daarom is de productie van de olie uit leisteen in de Verenigde Staten gedaald van 6 miljoen vaten per dag (Mvat/d) in 2014 gedaald naar 5 Mvat/d eind 2016 waardoor het break-evenpoint steeg van USD 50 tot USD 60. Volgens de Agence Internationale de l’Energie (IEA), (Internationale Agentschap van de Energie) hebben de belangrijkste oliemaatschappijen hun investeringen drastisch verlaagd in de voorfase van de olieproductie met 25% in 2015 en opnieuw met 16% in 2016. De belangrijkste maatschappijen hebben de rug toegekeerd aan aardolie met de hoogste productiekosten zoals aardolie uit afkomstig uit de Russische Noordpool (USD 120[4]), het Canadese teerzand (USD 90), de offshore wateren in Brazilië (USD 80), de offshore wateren in Angola (USD), of uit diep zeewater in de Verenigde Staten (USD 57). Dankzij deze prijzenoorlog heeft de grootste producent belangrijke informatie verworven over de reële productiekosten van zijn concurrenten. Met meer dan 1.200 miljard vaten, bezit de OPEC ca. 70% van de mondiale oliereserves, tegen de laagste, onderbouwde productiekosten. Dankzij dit open kraan beleid, heeft de OPEC bewezen in staat te zijn prijzen te stellen waardoor hij zijn regulerende positie van het mondiale aanbod heeft versterkt.

Een open kraan beleid dat Saoedi-Arabië op lange termijn niet wenselijk acht

Saoedi-Arabië is de OPEC leader die dagelijks meer dan 10 Mvat/d dagelijks op de markt commercialiseert (d.w.z. meer dan een derde van de OPEC-productie) tegen een geringe productieprijs van USD 3 per barrel[4] . Hoewel “de vergelijkende voordelen” van Saoedi-Arabië haar in een dusdanige positie plaatsen dat zij prijzen ook op lange termijn laag had kunnen houden, schijnt deze optie op lange termijn niet wenselijk te zijn omdat de daaruit voortvloeiende druk ondraaglijk zou zijn geweest:

  • druk van de andere leden van de OPEC voor wie een barrel op USD 20 niet haalbaar is en die niet over de valutareserves beschikken van Saudi-Arabië. Irak, Iran, Angola, Algerije, Kazachstan maar ook Venezuela die in ernstige economische en politieke problemen verkeren, zijn voor hun opbrengsten voor meer dan 50% afhankelijk van aardolie;
  • druk vanuit de Arabische landen, die het politieke en religieuze leiderschap van Saoedi-Arabië steeds vaker betwisten door de opkomst van de sjia (terugkeer van een sjia aanhangende Iran in de internationale gemeenschap);
  • internationale druk uit Rusland maar ook uit de Verenigde Staten en Europa, die respectievelijk geanticipeerd hebben op de oliewinning uit leisteen en de Noordzee voor de diversifiëring van hun bevoorradingsbronnen;
  • steeds meer kritiek uit het westen over het binnenlandse beleid;
  • binnenlandse druk als gevolg van de verslechterde financiële situatie van een land dat veel geld uitgeeft. Arabië heeft drie jaar record begrotingstekorten achter de rug en haar gigantische valutareserves zijn voor een groot deel opgeraakt door de gekelderde opbrengsten uit olie, die eind november 2014 daalden van $ 740 miljard naar $ 534 miljard eind oktober 2016[5].

Wat is de uitkomst van de overeenkomst in Wenen op 30 november 2016

De overeenkomst in Wenen op 30 november ging over een verlaging van de dagelijkse productie van de OPEC met 1,2 miljoen vaten. Deze overeenkomst was voorspelbaar omdat dit enerzijds de overige landen van de OPEC schikte en anderzijds omdat Saudi-Arabië de OPEC nodig heeft om haar internationale invloed te vergroten (vgl. dankzij het leiderschap in de OPEC, is de capaciteit van Saudi-Arabië om de markten beïnvloeden drie keer groter). Met betrekking tot de naleving van deze overeenkomst, is niet Iran het grootste probleem maar een ander land dat voor het merendeel de sjia stroming aanhangt, dat vandaag „slechts“ 4,2 Mvat/d produceert maar over de grootste productiecapaciteit beschikt (geschat op 9 Mvat/d): Irak. Een land dat zich nooit gehouden heeft aan quota’s, zelfs in de periode van Saddam Hussein...

Het is interessant om op te merken dat het akkoord van Wenen slechts drie weken na de verkiezing van Donald Trump als president van Amerika tot stand is gekomen. Tijdens zijn campagne heeft Donald Trump herhaaldelijk de oude droom van Ronald Reagan geciteerd, namelijk dat Amerika energie onafhankelijke wordt. Een prijsovereenkomst over een barrel tussen USD 50 en USD 60, zou Amerika in staat moeten stellen haar autonomie op het gebied van energie te verhogen door meer te investeren in olie uit leisteen en de offshore winning langs haar kusten. Prijsstijgingen van de barrel dragen ook bij aan de reflatie, die de centrale banken in 2017 enige lucht zou moeten geven.                               

--------------------

[1] OPEC: Organization of the Petroleum Exporting Countries [Organisatie van de Olie exporterende Landen]

[2] Ali-al-Naimi in het hoofdkantoor van de OPEC in Wenen, op 27 november 2014: “Ongeacht of de koers daalt tot $ 20, $ 40, $ 50 of $ 60, is absoluut niet van belang”

[3] Jeffrey Currie - Goldman Sachs Global Commodities Research Chief - Sep. 11 2015: “De olieprijs van een barrel daalt tot circa $ 20”

[4] Ramingen productiekosten per land – World Bank Commodity Private data, januari 2016

[5] Bloomberg data - Saudi Arabia Reserve Assets Index & Saudi Arabia Budget Deficit or Surplus to GDP Index


Macro-economie


  terug

Meer uit deze categorie