Rendement berekenen

Wat is het rendement op uw vermogen?

Bereken rendement

Kwartaalbericht

Ontvang de actuele beleggingsvisie

Schrijf in

Belegger racet naar de bodem

7 februari 2015, De Telegraaf

Geschreven door M. van den Berg

Het obligatierendement, de yield, blijft dalen. Toch stroomt er nog veel geld richting obligatiemarkten, waardoor gestaag lucht in een bubbel wordt gepompt. Beleggers op zoek naar vaste inkomsten krijgen het steeds lastiger.

Iemand die vijf jaar geleden zou hebben geroepen dat een bedrijf ooit gratis geld zou kunnen lenen, zou voor gek zijn verklaard. Toch is precies dat inmiddels het geval. Beleggers die in kortlopende euro-obligaties – looptijd 2012-2016 – van het Zwitserse bedrijf Nestlé stappen, namen onlangs genoegen met een negatieve yield.

Negatief

Let wel, een negatieve yield wil niet zeggen dat beleggers geen rente ontvangen. De oorspronkelijke nominale rentecoupon op de obligatie is nog steeds intact. Alleen betalen beleggers inmiddels zoveel boven de nominale waarde van de obligatie (de waarde waartegen de lening wordt afgelost) dat ze effectief gezien een negatief rendement maken als ze de obligatie aanhouden tot aan die aflossing. In de praktijk wordt dit een negatieve rente genoemd.

In feite kan Nestlé nu een nieuwe, kortlopende lening uitgeven met een nominale rentecoupon van nul procent. Door deze lening boven de nominale waarde aan beleggers te verkopen, ontstaat direct bij uitgifte een negatieve yield. De rentecoupon kan dit nominale verlies immers nooit goedmaken.

De belangrijkste hoop op een positief rendement bij lage of negatieve yields voor beleggers is dat de koers van de obligaties stijgt; de yields zullen daardoor nog verder dalen. Vóór aflossing kunnen ze dan met winst verkopen.

Een andere winstkans is valutawinst. Stijgt de munt waarin de obligatie wordt uitgegeven in waarde, dan neemt ook de waarde van die obligatie toe. Het verklaart bijvoorbeeld waarom beleggers uit de eurozone nog brood zien in Zwitserse staatsobligaties met een flink negatieve rente. Als de Zwitserse frank verder in waarde stijgt tegenover de zwakke euro, kunnen ze een positief rendement maken. Dit biedt ook mogelijkheden voor dollarobligaties. In de VS is de rente bovendien hoger dan in de eurozone.

Er is nog een overweging om als belegger een negatieve yield te accepteren. Dat is bij de verwachting dat er deflatie optreedt. De koopkracht van de toekomstige aflossing ligt dan hoger dan het (nominaal hogere) bedrag dat nu voor de obligatie betaald moet worden.

Kortlopende staatsobligaties van onder meer Duitsland bieden al langer een negatieve yield. De tienjarige rente op bunds lijkt ook die kant op te kruipen. In Nederland is de yield op tienjarig staatspapier inmiddels circa 0,4%, in Duitsland 0,35%. Waarom nemen beleggers hier genoegen mee? Onder meer dus omdat die yields verder kunnen dalen door de toestroom van meer en meer geld. Dat leidt tot koerswinst. De obligatie-inkoop door de Europese Centrale Bank is de belangrijkste inspiratie voor dit scenario van een race naar de bodem.

Veel grote institutionele beleggers moeten wel in obligaties beleggen. Vanwege regelgeving en risicobeleid zitten ze vast een bepaalde beleggingsmix. Ook bij pensioenbeleggingen, van instituten of particulieren, nemen obligaties een belangrijke plaats in.

„Obligaties zijn voor velen een rots in de financiële branding. Sinds eind jaren tachtig kennen wij een – per saldo – dalende lange rente. De lagere couponinkomsten werden gecompenseerd door aantrekkelijke koerswinsten”, schetst Victor Zwart van vermogensbeheerder Wealtheon het verleden. „Na ruim dertig jaar lijkt hieraan een einde te komen. Een belangrijk keerpunt staat voor de deur.”

Obligatiebeleggers, die steeds dieper moeten graven naar rendement, kijken steeds vaker naar andere beleggingen die een hoger rendement bieden. Zij die mogen, gaan aan hun beleggingsmix sleutelen, aldus Zwart. „Er wordt veel gesproken over het verlagen van het belang in obligaties en het ophogen van de aandelenweging. Begrijpelijk, gezien de lage rendementen op kwaliteitsobligaties en het vooruitzicht dat op termijn de rente zal stabiliseren en zelfs oplopen.”

Een oplopende rente die tot fors dalende koersen leidt, is een schrikbeeld voor veel obligatiebeleggers. Ook Zwart ziet een bubbel die kan barsten. „De koersen van praktisch alle obligatievormen zijn fors opgelopen. De vraag is wanneer die bubbel barst. Daarvoor is een snel stijgende rente in de eurozone nodig, die een verkoopgolf op gang brengt. Op basis van de inflatievooruitzichten en het ECB-besluit om grootschalig obligaties op te kopen is dit scenario in de eurozone voor de komende maanden nog onwaarschijnlijk.”

Als de rente straks sterk zou oplopen, zijn vooral bezitters van obligaties met een lange resterende looptijd de klos. Die duration, preciezer gezegd de gewogen gemiddelde looptijd van de toekomstige rentebetalingen en aflossing, wordt vaak gebruikt om de rentegevoeligheid van obligaties te berekenen.

Hoe hoger die duration, des te gevoeliger is de obligatiekoers voor veranderingen in de marktrente van de obligatie. Een 1% stijging of daling van de rente leidt tot een daling, respectievelijk stijging van de obligatiekoers met een percentage gelijk aan de duration.

Is die duration zes jaar, dan daalt de obligatiekoers dus 6% bij een 1% hogere rente.


Beleggingscategorieën


  terug

Meer uit deze categorie