Rendement berekenen

Wat is het rendement op uw vermogen?

Bereken rendement

Kwartaalbericht

Ontvang de actuele beleggingsvisie

Schrijf in

Onze visie

Een wereld volop in beweging

De nieuwe voorzitter van het Amerikaanse centrale bank (FED), Jerome Powell, werd recent benoemd als opvolger van Janet Yellen. Economen en beleggers proberen te doorgronden of Powell het door Yellen gevoerde beleid zal continueren of aanpassen. Vooralsnog lijkt Powell grotendeels vast te houden aan dezelfde principes als Yellen, waarvan in dit conjunctuurstadium enkele renteverhogingen een uitvloeisel zullen zijn.

Noord- en Zuid-Korea hebben onder één vlag samengewerkt tijdens  de 23e Olympische Winterspelen in PyeongChang. In het verlengde  hiervan hebben de regeringen van beide landen om de tafel gezeten. Onderdeel van de gesprekken was het afbouwen van het nucleaire programma dat de Noord-Koreaanse president Kim Jong-un  nadrukkelijk en openlijk ontwikkelt. Hij heeft met deze strategie een plaats op het wereldpodium bemachtigd. Donald Trump heeft een voorstel van Kim Jong-un voor een ontmoeting verwelkomd. Men mikt op eind mei. In afwachting van de ontmoeting heeft Kim gezegd verdere kernproeven op te schorten.

Het Amerikaanse Congres heeft een nieuw begrotingsakkoord afgesloten. Daarvan maken een grote belastingverlaging voor bedrijven en uitgavenverhogingen deel uit. Een en ander geeft een impuls aan de bestedingen, maar betwist wordt in hoeverre dit tot hogere groei zal leiden. Dat zal ervan afhangen hoe snel de capaciteitsgrenzen worden bereikt en of er, mede als gevolg van deregulering, grotere productiviteitsgroei zal zijn. Indien dit tegenvalt, zal de infl atie sneller opleven.

De angst onder beleggers voor een hogere infl atie in de Verenigde Staten (nog altijd ’s werelds grootste economie) die de FED aanleiding  zal kunnen geven om sneller en meer renteverhogingen door te voeren, heeft in februari wereldwijd geleid tot een correctie van de aandelenmarkten. Inmiddels laten de meeste beurzen een herstel zien.

Hoewel de meeste economen zich positiever uitspreken over de vooruitzichten van Europa dan die van de Verenigde Staten blijft president Trump vasthouden aan zijn doel voor de economische groei van 4%, wat signifi cant hoger is dan de huidige verwachtingen  voor de eurozone. Het nieuws dat president Trump een importheffing op aluminium en staal gaat invoeren, werd niet met enthousiasme ontvangen. Hoewel aluminium en staal slechts 2% van de wereldhandel uitmaken en de heffing op zichzelf dus maar een zeer beperkt effect op de handel zal hebben, draagt het vooruitzicht van vergeldingsmaatregelen door de Europese Unie en China niet bij aan de rust in de internationale politieke verhoudingen en op de aandelenmarkten. President Trump heeft al enige nuancering van zijn maatregel gemeld, waarbij Canada en Mexico van de importheffing gevrijwaard kunnen blijven indien er een voor Amerika ‘fair’ handelsakkoord wordt overeengekomen, ter vervanging van de in 1994 getekende handelsovereenkomst NAFTA.

Indien de handelspartners van de Verenigde Staten evenwichtige tegenmaatregelen afkondigen en deze de VS niet tot escalatie verleiden, dan zal de wereldeconomie koers kunnen houden. Het vertrouwen onder de consumenten en de producenten blijft hoog, de wereldhandelsvolumes groeien gestaag, de werkloosheid in de Verenigde Staten is laag en daalt nog altijd in de eurozone, salarissen stijgen vooralsnog zeer matig en de inflatie in deze twee regio’s trekt niet aan waardoor voorgenomen renteverhogingen vooruitgeschoven kunnen worden. Voor de Verenigde Staten is de kans echter gestegen dat de kerninflatie (inflatie zonder voedsel- en energieprijzen) geleidelijk aan zal oplopen, onder meer als gevolg van de alsmaar lagere werkloosheid waardoor de druk op de salarissen zal toenemen.

Per saldo laten onze conjunctuuranalyses een minder rooskleurig beeld zien. Het opwaartse potentieel voor sommige regio’s zou wat beperkter kunnen worden. Enige voorzichtigheid is dus geboden indien de markten terugvallen. Zoals u van ons gewend bent, zullen  wij niet aarzelen om in te grijpen indien de omstandigheden hierom vragen. Vooralsnog hebben wij beperkt winst genomen op enkele  grotere posities en profiteert u verder van het aanhoudende beursherstel.

 

 

Wereldeconomie

De groei van de mondiale economie zette in de afgelopen periode onverminderd door en wordt breed gedragen door zowel de ontwikkelde economieën als de opkomende landen. Voor geheel 2018 verwachten wij een groei van ongeveer 3,9%. Evenals in 2017 wordt de belangrijkste bijdrage geleverd door de opkomende landen. Onze indicatoren duiden op een optimistisch sentiment in de belangrijkste regio’s. Dit komt onder meer tot uitdrukking in de cijfers van het consumenten- en producentenvertrouwen, welke nieuwe hoogtepunten bereikten en nog steeds een positieve impuls geven aan de bestedingen. Hiernaast is de investeringsbereidheid, die in de afgelopen jaren duidelijk achterbleef, verder toegenomen. Kortom: het stimulerend overheidsbeleid, waaronder het centrale bankbeleid in de VS, de EU en Japan en de hierdoor ontstane lage renteniveaus, heeft zijn uitwerking niet gemist.

De hogere groei heeft geleid tot een scherpe daling van de werkloos-heid in de meeste ontwikkelde landen, waarbij opvallend is dat grote loonstijgingen vooralsnog uitblijven. Als belangrijkste oorzaken zijn een fors onbenut arbeidspotentieel, vooral in de Verenigde Staten en Europa, en de uitholling van de macht van de vakbonden, waardoor de onderhandelingspositie van werknemers sterk is afgenomen. Inmiddels neemt echter de roep om hogere salarissen toe.

Hoewel dus gesproken kan worden van stevig optimisme, dienen wij naar onze mening rekening te houden met toegenomen geopolitieke risico’s. Naast de Brexit, waarvan de uitkomsten voorlopig ongewis blijven, zijn er nog altijd spanningen in het Midden-Oosten en Noord-Korea. Ook het handelsbeleid van de  Verenigde Staten blijft een onzekere factor. De recente aankondiging door Trump van importheffingen op staal en aluminium hebben geleid tot enorme commotie wereldwijd en een langdurige handelsoorlog wordt gevreesd. Ook binnen het Witte Huis liepen de meningen uiteen; diverse hooggeplaatste medewerkers van president Trump hebben de kans gekregen om hun carrière elders verder te zetten.

Last but not least: ondanks dat het een stuk beter gaat met de wereldeconomie heeft de hogere groei van de afgelopen jaren niet geleid tot een afname van de schulden. Integendeel, in de meeste ontwikkelde en opkomende landen zijn mede als gevolg van het monetair beleid van centrale banken de schulden alleen maar toegenomen en vormen zij een serieuze bedreiging voor de groei op de langere termijn.

Verenigde Staten

In de Verenigde Staten groeide de economie in 2017 met 2,5%.  Onze verwachting is dat deze groei in 2018 aanhoudt. De groei  wordt in belangrijke mate gedragen door de consument, tot uitdrukking komend in een forse toename van de detailhandels-verkopen. Echter ook het vertrouwen onder ondernemers is in de afgelopen periode sterk verbeterd, waardoor bedrijfsinvesteringen op peil blijven. Trump heeft eindelijk zijn zin gekregen met de door hem bepleite belastingverlaging op bedrijfswinsten. De opvatting overheerst vooralsnog dat deze een forse impuls zal geven aan de economische groei. Uit nadere analyse blijkt echter dat de belasting-verlaging vooral gunstig uitpakt voor de hogere inkomens. Hierdoor zou het eff ect op de consumptiegroei kunnen tegenvallen omdat de genoemde groei vooral afhankelijk is van lagere en middeninkomens. Aangezien er feitelijk geen geld is voor deze belastingplannen neemt de staatsschuld van de Verenigde Staten in de loop van een aantal jaren verder toe, tot bijna 110% van het bnp.

Recentelijk waren de fi nanciële markten in rep en roer. Aanleiding hiervoor waren onder meer de cijfers met betrekking tot de Amerikaanse arbeidsmarkt, waarbij vooral de onverwachte loongroei van 2,9% in januari opviel. Dit was de hoogste groei sinds de laatste crisis, waardoor de vrees ontstond dat de infl atie sneller zal gaan toenemen en de FED de beleidsrente sneller zou kunnen verhogen. Op dit moment constateren wij nog geen opwaartse druk op de infl atie. Niettemin is de kans hierop een factor waarmee beleggers in de komende periode rekening moeten houden.

Eurozone

De magere jaren in de eurozone lijken voorbij, getuige het feit dat  de economische groei in 2017 een niveau bereikte van 2,7% en daarmee zelfs hoger was dan in de Verenigde Staten. Het economisch sentiment blijft onverminderd positief onder invloed van de consument, die nog steeds vertrouwen heeft in de toekomst President Draghi heeft duidelijk gemaakt dat de tijd van verruimend beleid van de ECB ten einde loopt. Dit heeft vooralsnog geen negatieve terugslag gehad op de markten.

Japan, China en opkomende markten

Japan

In het afgelopen jaar heeft de Japanse economie een bescheiden groei laten zien van 2%. De groei is breed gedragen: naast de particuliere consumptie en private investeringen draagt ook de buitenlandse handel bij. Hiernaast blijft het monetaire beleid van de Japanse centrale bank ruim.

China en opkomende markten

De afgelopen drie jaar lijkt er een einde te zijn gekomen aan de afnemende groei van de Chinese economie. Bedroeg de groei vóór de crisis gemiddeld nog ruim 10%, in de afgelopen 3 jaar is de groei gedaald naar gemiddeld 6,8%, maar daarbij is een stijgende lijn hervat. Zoals al eerder in onze kwartaalberichten vermeld, hebben de Chinese autoriteiten een aantal jaren geleden een transitiebeleid ingezet om meer economische groei te realiseren via de diensten-sector en door hogere consumentenbestedingen. Men wilde kost wat kost een hoge groei in stand houden. Dit is zeker gelukt in de afgelopen jaren, maar ging tevens gepaard met toenemende onevenwichtigheden. De schulden zijn enorm toegenomen en er is sprake van een groeiende inkomensongelijkheid. Ook op het gebied van milieu dienen nog grote stappen te worden gezet.

De Braziliaanse economie krabbelt langzaam op uit de diepe recessie van de afgelopen twee jaar. De drijvende krachten hiervoor zijn een herstel van het vertrouwen en een uitstekend jaar voor de landbouw en consumptie. Voor 2018 verwachten wij een groei van circa 2%, maar neerwaartse risico’s blijven bestaan omdat dit jaar verkiezingen worden gehouden die sterk in het teken zullen staan van corruptieschandalen.

De groei van de Indiase economie stond het afgelopen jaar sterk onder druk als gevolg van een aantal impopulaire maatregelen. Naast het besluit om veel gebruikte roepiebiljetten uit de circulatie te halen, besloot de regering ook om een landelijke BTW in te voeren op goederen en diensten. Deze maatregelen hadden een negatief eff ect op de bestedingen in 2017. Wij verwachten dat de genomen maatregelen eerder een positief eff ect zullen gaan sorteren en voor 2018 resulteren in een groei van de Indiase economie van ruim 7%.

Aandelen

De vrees voor hogere infl atie en daarmee de kans op hogere rente zorgden ervoor dat de aandelenmarkten begin februari met 10% onderuit gingen. In de daarop volgende periode herstelde de markt zich enigszins. Echter, van een overtuigend herstel  is nog geen sprake. Hoewel de economische vooruitzichten nog steeds prima zijn, kan men tevens vaststellen dat de aandelenmarkten hierop al voor een belangrijk deel zijn vooruitgelopen.

Dit kan onder meer worden afgeleid uit de historisch hoge waardering (k/w) van een aantal regio’s. Tevens is de markt duidelijk geschrokken van de onverwacht sterke stijging  van de lonen in de Verenigde Staten. Indien deze trend in de komende periode doorzet, kan dit negatieve gevolgen hebben voor de infl atie en zal de FED, zoals gezegd, reageren door de beleidsrente meerdere malen te verhogen.

In de afgelopen periode is ons macro-economisch oordeel gewijzigd van “gematigd positief ”naar “neutraal” en hebben wij winst genomen op enkele grotere aandelenposities. Desalniettemin handhaven wij een lichte overweging in aandelen.

Obligaties

De hoger dan verwachte stijging van de uurlonen in de Verenigde Staten heeft de obligatiemarkten in de VS en Europa in beweging gebracht. De stijging voedde de infl atievrees, met een stijging van de kapitaalmarktrente tot gevolg. De 10-jarige rente in de VS steeg aanvankelijk met meer dan 0,5% en daarmee lijken we de periode van lage rente in de VS momenteel achter ons te laten. De Amerikaanse 10-jarige rente beweegt zich momenteel rond 2,85%. Opvallend is dat ook de 3-maands rente inmiddels tot boven 2% opliep.

Ook de Europese rente steeg, zij het minder hard. Met een 10-jarige rente van circa 0,6% is de rente in Europa nog altijd erg laag. De rente op interbancaire deposito’s met een looptijd van 3 maanden blijft negatief en bevindt zich al lange tijd op dit niveau.

De Amerikaanse FED is al ver gevorderd in het afbouwen van de stimuleringsprogram-ma’s  die zij optuigde na de kredietcrisis. Het opkoopprogramma is gestopt, de balans van de FED wordt maand na maand afgebouwd en de eerste verhogingen van de offi  ciële rentetarieven zijn een feit. Voor 2018 worden  verdere renteverhogingen verwacht. De markt rekent op nog 3 renteverhogingen dit jaar. Het is niet uitgesloten dat de 10-jarige rente in de VS daarop is vooruitgelopen en vanaf nu zijwaarts zal bewegen tot het eind van het jaar. De beleggers op de obligatiemarkt  volgen om die reden met argusogen de ont-wikkeling van de infl atiecijfers. Een verdere stijging van de infl atie kan duiden op meer en snellere renteverhogingen door de FED. Feit is wel dat de infl atiecijfers van de VS tot nu toe geen aanleiding geven om hiervan uit te gaan. Uiteindelijk zien wij de lange rente in de VS ook in de loop van 2019 verder stijgen.

Het beleid van de Europese Centrale Bank (ECB) bevindt zich in een geheel andere fase. Elke maand nog koopt de ECB extra obligaties in de markt op, tot een bedrag van € 30 miljard per maand. Ze heeft aangegeven dit programma in september 2018 af te ronden. Tegelijkertijd houdt ze de kortetermijnrente extreem laag, met een officieel rentetarief van -0,4%. Banken kunnen nog altijd lenen bij de ECB tegen 0,0%. Dit alles met als doel om de Europese economie te stimuleren en daarmee de infl atie richting 2% te dirigeren.

Nu de economische groei aantrekt en duidelijk aan kracht wint, verandert de ECB langzaam het beleid. In de laatste vergade-ring heeft de ECB besloten om de zinssnede ‘bereidheid tot verdere kwantitatieve ver-ruiming’ uit de indicatie van het toekomstige beleid te schrappen. Dit betekent volgens ons echter niet dat er een abrupt einde komt aan het stimuleringsprogramma van de ECB. Wij houden rekening met een geleidelijke afbouw van het opkoopprogramma na september 2018 waarbij de ECB gedurende zes maanden het programma elke drie maanden met € 10 miljard verlaagt. Tegelijkertijd heeft zij het signaal afgegeven dat zij de huidige beleidsrente tot ruim na de afbouwperiode zal handhaven. Dit doet ons vermoeden dat de eerste verhoging van de basisrentetarieven van de ECB pas in de tweede helft van 2019 mag worden verwacht. De verdere ontwik-keling van de Europese infl atie zal daarbij het tempo dicteren.

Net als in de VS gaan wij ervan uit dat het afbouwen van de stimuleringsprogramma’s van de ECB de kapitaalmarktrente langzaam omhoog zal stuwen. Wellicht nog niet in 2018 maar zeker in 2019 zal zich dit meer en meer manifesteren. Het is moeilijk in te schatten wanneer obligatiebeleggers hierop gaan anticiperen. Om die reden richten wij onze obligatieportefeuilles met een korte gemiddelde looptijd in waardoor we onze portefeuilles beschermen tegen de negatieve gevolgen van een plotselinge reactie op de kapitaalmarkten. Verder houden wij vast aan beleggingsvormen die zullen profi teren van een verdere rentestijging.

Conclusie

Samenvattend kunnen wij stellen dat, hoewel de groeivooruitzichten voor de meeste regio’s nog prima zijn, een aantal factoren zoals de hoge waardering van de markten, de licht stijgende rente in de Verenigde Staten en het afl open van het accommoderend beleid van de Europese Centrale Bank eind van dit jaar, nopen tot voorzichtigheid.