Rendement berekenen

Wat is het rendement op uw vermogen?

Bereken rendement

Kwartaalbericht

Ontvang de actuele beleggingsvisie

Schrijf in

Deze publicatie geeft de visie van Wealtheon Asset Management op het wereldwijde investeringsklimaat weer. Tevens wordt de beleggingsstrategie van Wealtheon voor aandelen en obligaties nader toegelicht.

Visie

Turning more positive

Volatiele markten. Wij zijn er inmiddels aan gewend. Sinds de financiële crisis van 2008 hebben overheden en centrale banken maar één doel: het aanwakkeren van de economie. Maar economen lijken er niet van overtuigd of de genomen stappen doeltreffend zullen zijn. Ook beleggers twijfelen. U leest hierna de visie van Wealtheon waaruit u kunt opmaken dat er licht gloort aan het einde van de tunnel.

Markten

De correctie op de aandelenmarkt welke zich aan het einde van afgelopen zomer voordeed, heeft zich in het eerste kwartaal van 2016 doorgezet. Belangrijke ‘steunniveaus’ werden gepasseerd als gevolg waarvan wij besloten om alle portefeuilles te beschermen tegen een verdere daling. De neutrale weging in aandelen werd afgebouwd naar een zware onderweging waarbij wij ons dicht tegen de minimumweging voor aandelen positioneerden. Deze onderweging in aandelen was enerzijds het gevolg van de verkoop van aandelen en anderzijds door het opnemen van zogenaamde ‘short’ trackers. Dit zijn beleggingsinstrumenten die stijgen wanneer de onderliggende markt daalt. Op het moment van dit schrijven hebben de meeste Westerse beurzen weer een herstellende trend laten zien. Om die reden, en gesteund door aantrekkende ‘fundamentals’, hebben wij de verzekering in de vorm van short trackers recent weer verkocht, om zo te profiteren van het ingezette herstel.

Economieën

In de media werd hoofdzakelijk gerapporteerd over de zwakke Westerse economieën, het vertragen van de Chinese economie en het uitblijven van zichtbare effecten volgend op de genomen maatregelen van de ECB. Wij gaan hierin deels mee aangezien er voor iedere positieve indicator ook een negatieve indicator lijkt te bestaan. Voor velen lijkt een duidelijke richting van de economische trend te ontbreken, wat zich vertaalt in onzekerheid. En door deze onzekerheid gaan beleggers steeds meer op korte termijn reageren, bang om eventuele winst te missen of weer te verliezen. Dit alles vertaalt zich in zeer volatiele markten.

Onze visie

Op basis van onze eigen consistente en anticyclische analyses, welke wij iedere week weer opnieuw uitvoeren, signaleren wij positief nieuws. Onze oordelen voor de eurozone, de Verenigde Staten en Japan zijn weer ‘positief’ geworden, het hoogst mogelijke economische oordeel. Voor de Pacific zijn wij ‘gematigd positief’ en voor de opkomende landen China, India en (zelfs) Brazilië zijn wij ‘neutraal’. U begrijpt het, de kansen lijken zich geleidelijk aan te keren.

Strategie

Zoals hiervoor is toegelicht, kijken wij continu naar de fundamentele ontwikkelingen om het langere termijn potentieel van de aandelenmarkt te bepalen. Hiernaast gebruiken wij de technische analyse als signaalfunctie. Ook vanuit deze optiek zijn er positieve signalen. Kortom, de technisch-fundamentele combinatie geeft ons voldoende comfort om de aandelenweging verder op te bouwen. Dit besluit zullen wij zoals altijd stapsgewijs doorvoeren op voorwaarde dat zowel de technische als de fundamentele ontwikkeling van de markten deze beslissing blijft ondersteunen.

Wereldeconomie

De mondiale economische groei herstelt zich zeer geleidelijk in een tempo dat weliswaar onder druk staat. Dit geldt zonder uitzondering voor alle regio’s in de wereld maar in het bijzonder voor de opkomende markten die hierin een grote rol spelen, omdat ruim 70% van de wereldwijde groei op hun conto geschreven kan worden. En juist deze landen zien reeds 5 jaar hun economische activiteit vertragen om overigens uiteenlopende redenen, waarover later meer.

Voor het 6e achtereenvolgende jaar zal daarom de groei van de wereldeconomie naar verwachting achterblijven op de langjarige gemiddelden, met een prognose voor 2016 en 2017 van respectievelijk +3,2% en +3,5% (consensus IMF en OESO). Tegelijkertijd neemt de kans op negatieve verrassingen toe. Hierbij valt te denken aan een groter dan verwachte terugval van de Chinese economie, de kans op een verdere monetaire verkrapping in de VS (hogere rente), de financiële onrust die de druk op de opkomende markten vergroot en (nog) meer geopolitieke spanningen in de wereld.

Anderzijds mag niet vergeten worden dat we nog steeds te maken hebben met groeiende economieën waarbij het beeld van een nieuwe wereldwijde recessie niet erg waarschijnlijk is. Tenslotte zijn er positieve signalen, zoals lagere werkloosheid en toenemende consumentenbestedingen hetgeen duidt op herstellend vertrouwen bij consumenten. Hiernaast moet men beseffen dat de financiële crisis van de afgelopen jaren haar sporen heeft achtergelaten, met een nog steeds grote schuldenberg als gevolg en dat het tijd zal kosten om hiervan structureel te herstellen.

Verenigde Staten

De Amerikaanse economie is standvastig en groeit al ruim 6 jaar met ongeveer 2,5%, gesteund door een nog steeds ruime monetaire politiek en een aantrekkende onroerend goed- en arbeidsmarkt. In het laatste kwartaal van 2015 groeide de economie 2%, enigszins lager dan het gemiddelde over het gehele jaar. Daarmee liggen de VS nog steeds voor op Europa en Japan, waar de groei in deze jaren slechts marginaal was. Ook voor de komende periode wordt verwacht dat dit krachtsverschil in het voordeel van de VS zal aanhouden met een groeiprognose van 2,6% voor zowel 2016 en 2017. Als gevolg hiervan ligt de Amerikaanse rente ook al geruime tijd boven die van Europa en Japan en heeft de US-dollar veel aan kracht gewonnen ten opzichte van de euro. De keerzijde van dit succes is dat de sterke munt een remmende werking kan hebben op de export en hierdoor op de resultaten van het Amerikaanse bedrijfsleven. Als de Amerikaanse centrale bank (FED) besluit om haar rentetarieven opnieuw te verhogen, zal dit effect zeker versterkt worden en kan dit leiden tot een groeivertraging van de Amerikaanse economie. Het is dus aan de FED om de juiste balans te vinden in het geleidelijk afbouwen van de monetaire steun en het behoud van de economische expansie.

Eurozone

Over Europa en de EU is op dit moment veel te zeggen. Zo hebben de brandhaarden in het Midden-Oosten een enorme vluchtelingenproblematiek teweeggebracht die de solidariteit binnen de EU aan het wankelen brengt. Nog afgezien van de vraag of de Syrische en Russische presidenten Assad en Poetin het door hen toegepaste geweld gebruiken om op deze manier de eenheid in Europa te ondermijnen, is het inmiddels duidelijk dat Europa voor een grote uitdaging staat om de gelederen gesloten te houden. Denk hierbij ook aan een mogelijke uittreding van Groot-Brittannië (Brexit), waarover later dit jaar een referendum gehouden wordt. Economisch gezien, kent Europa een marginale groei van ± 1,5% maar plukt het inmiddels de vruchten van een herstellende arbeidsmarkt en een toenemend consumentenvertrouwen. De lage olieprijs biedt hierbij de helpende hand. Recent heeft de Europese centrale bank (ECB) aangekondigd om alle monetaire steun te blijven bieden die nodig is om de economie verder te laten herstellen. De ECB kan echter nog maar beperkte middelen inzetten, zoals het uitbreiden van het opkoopprogramma van Europese obligaties en het aanzetten van de geldpers. De ruimte om de rente opnieuw te verlagen is uiterst beperkt, gezien het historisch lage niveau waarop deze zich bevindt. Voor 2016 en 2017 wordt een economische groei in de EU verwacht van 1,6% en 1,7%.

Japan

De economie van Japan wacht nog steeds op nieuwe impulsen die het ruime monetaire beleid van de overheid zou moeten geven. Het blijkt echter, dat de consument maar mondjesmaat besteedt en dit terwijl de consumentenbestedingen circa 60% van het Japanse bruto binnenlands product bepalen. Tevens is de Japanse yen bezig met een opmars ten opzichte van de dollar, de euro en de renminbi en dat brengt de Japanse concurrentiepositie in een slechtere situatie. Als gevolg hiervan is de economische groei in het laatste kwartaal van 2015 gekrompen met 1,4% van jaar tot jaar en dat was een sterkere daling dan verwacht. Voor 2016 en 2017 wordt dan ook niet veel meer dan een groei van respectievelijk 1% en 0,6% verwacht. Nieuwe steun vanuit de Japanse centrale bank lijkt dan ook snel gewenst.

China

Het afnemende groeitempo van de Chinese economie, na de V.S. de grootste economie ter wereld, wordt als één van de belangrijkste redenen genoemd voor de algehele afkoeling van de wereldeconomie. Ook het feit dat steeds meer bedrijven afhankelijk worden van staatssteun, baart de markt zorgen. Zo worden producenten van onder andere staal en beton door de overheid van financiële steun voorzien om te voorkomen dat zij hun productiecapaciteit inkrimpen en personeel ontslaan. Dit leidt tot overproductie met een daling van het prijsniveau tot gevolg. Inmiddels zijn de schulden van het bedrijfsleven tot 250% van het bruto binnenlands product opgelopen. Hoewel de overheidsschuld op zich beperkt is, kan de overheid dit systeem van overproductie niet eindeloos in stand houden. China richt zich in haar nieuwste 5-jaren plan daarom vooral op de transitie van een door industriële productie gedreven economie naar een economie die vooral op de dienstensector draait. Dit moet de komende jaren leiden tot een gemiddelde economische groei van ongeveer 6,5% per jaar en een verdubbeling van het inkomen per hoofd van de bevolking in 2020.

Opkomende markten

De opkomende markten hebben in 2015 een gemiddelde groei gerealiseerd van 4%, het laagste niveau sinds het begin van de financiële crisis in 2008. In 2016 en 2017 zal dit naar verwachting enigszins aantrekken tot respectievelijk 4,3% en 4,7%, overigens met grote onderlinge verschillen. Waar China en India naar verwachting meer dan 6% gaan groeien, zullen landen als Brazilië en Rusland eerst nog de huidige recessie achter zich moeten laten. Zoals hiervoor gesteld, zijn de opkomende markten verantwoordelijk voor ruim 70% van alle economische groei in de wereld en daarom van groot belang voor de Westerse economieën. De grootste risico’s voor de opkomende markten zijn ten eerste een sneller dan verwachte afkoeling van de Chinese economie met als gevolg een voortzettende druk op de grondstofprijzen, waarvan de opkomende markten sterk afhankelijk zijn. Ten tweede zou een verdere opwaardering van de US-dollar ervoor kunnen zorgen dat de reeds op gang gekomen kapitaalstroom uit de opkomende markten nog zal toenemen waardoor hun schuldposities zullen verslechteren, omdat deze vaak in dollars noteren.

Rente - inflatie - valuta

Met de start van het nieuwe jaar heeft de Europese 10-jaars rente opnieuw een daling ingezet na in 2015 te zijn gestegen van een dieptepunt van 0,07% tot 0,58% aan het einde van het jaar. Op het moment van dit schrijven is deze rente weer gedaald naar 0,15% als gevolg van de verwachting dat de wereldeconomie in een lager tempo zal groeien. Ook in de VS daalde de rente snel maar deze lijkt inmiddels weer de weg naar boven te hebben gevonden na berichten dat de Amerikaanse economie relatief goed presteert. In bijna alle regio’s is de inflatoire druk nog minimaal, hoewel er in Amerika sprake is van een lichte toename, hetgeen ook past bij de fase waarin de Amerikaanse economie zich bevindt. Dit voedt de aanname dat de renteverschillen tussen de VS en de eurozone nog kunnen toenemen, mede omdat algemeen verwacht wordt dat de ECB de rente voor de komende periode laag zal willen houden. Een en ander zou de US-dollar verder in waarde kunnen laten stijgen ten opzichte van de euro.

Obligaties

In lijn met de recente daling van de kapitaalmarktrente zijn de koersen van staatsobligaties de afgelopen maanden weer gestegen. Bedrijfsobligaties bleven hierop achter omdat beleggers het risico op deze obligaties zagen stijgen (de zogenaamde ‘spreads’). De rente op Duitse 10-jaars staatsleningen is dus weer op absolute dieptepunten beland en voor staatsobligaties met een looptijd van minder dan 8 jaar gelden nu zelfs negatieve rendementen.

Wealtheon heeft op deze ontwikkelingen gereageerd door winst te nemen op de langstlopende obligaties in de portefeuille en hiervoor zeer kortlopende obligaties terug te kopen. Ook is een zogenaamde ‘inflationlinked’ obligatie gekocht, die bescherming tegen inflatie biedt. De gemiddelde looptijd van de obligatieportefeuille is nu 2,4 jaar (ultra kort) en daarmee zijn wij voorbereid op een mogelijke stijging van de rente.

Aandelen

De aandelenportefeuille is de afgelopen periode verder afgebouwd en voor een belangrijk deel afgedekt tegen koersdalingen door het gebruik van zogenaamde ‘short-trackers’. Ondanks dat onze macro-economische vooruitzichten nog gematigd positief waren (en zijn), was de kans op verdere neerwaartse koerscorrecties aanwezig, gezien de lagere groeiprognoses voor de wereldeconomie. Met het oog op het herstel van de aandelenmarkten, hebben wij de afgedekte posities weer teruggedraaid en zal het belang in aandelen weer geleidelijk worden opgebouwd indien de beurzen het ingezette herstel voortzetten. Hoewel onze verwachtingen voor de komende periode minder hoog zijn dan de afgelopen jaren, bieden de economische omstandigheden voldoende kansen voor aandelen.

Conclusie

In ons vorige kwartaalbericht waarschuwden wij al voor economische tegenvallers en financiële markten die daarop heftig reageren. Dit is inmiddels waarheid geworden en het heeft ons standpunt bevestigd, dat het beleggingsklimaat inderdaad uitdagender is geworden. Dat betekent niet dat er alleen maar risico’s aanwezig zijn maar wel dat de beweeglijkheid van de markten toeneemt en dat beleggers actief moeten blijven in hun te voeren strategie. Nogmaals: de
groeivooruitzichten zijn iets getemperd maar wij voorzien geen nieuwe wereldwijde recessie. Zonder grote verrassingen en met een voorlopig lage rente en inflatie zal de wereldeconomie gestaag blijven herstellen, met nieuwe kansen voor beleggers.