Rendement berekenen

Wat is het rendement op uw vermogen?

Bereken rendement

Kwartaalbericht

Ontvang de actuele beleggingsvisie

Schrijf in

2016: voortgaand bescheiden groeiherstel omkleed met onzekerheden

Ondanks de marktvolatiliteit gedurende het afgelopen jaar behaalde Wealtheon voor haar cliënten een alleszins bevredigend resultaat. Het resultaat van onze dynamische portefeuille beliep in 2015 voor het derde jaar op rij in de dubbele cijfers, namelijk 12,2%. Hoewel de waardering van aandelen wereldwijd is opgelopen, blijven de vooruitzichten voor aandelen ook voor 2016 gunstig. Dit baseren wij op de verwachting van een voortgaande, weliswaar beperkte, economische groei welke echter met onzekerheden is omkleed.

De algemene verwachting is dat de wereldeconomie in 2016 met ca. 3,2% zal groeien, waardoor sprake is van een lichte groei ten opzichte van 2015. De mondiale groei trekt de laatste drie jaar maar beperkt aan en beweegt zich per saldo al vijf jaar onder het langjarige gemiddelde.

Van een echt fundamenteel herstel kan vooralsnog niet worden gesproken. Een van de belangrijkste oorzaken is het al jaren achterblijven van de broodnodige overheidsinvesteringen. Dit kan gezien worden als een gebrek aan vertrouwen of als een teken dat de politiek een strategie voert welke te veel op de korte termijn (overheidsbudget) is gericht. Als gevolg hiervan wordt het vertrouwen bij zowel ondernemers en – in mindere mate – consumenten gedrukt. Het extreme ruime monetaire beleid dat de Centrale Banken in de Verenigde Staten en Europa al zes jaar voeren, heeft hier nauwelijks verandering in gebracht. Beleggers lijken inmiddels ‘verslaafd’ aan monetaire stimuli te zijn geraakt. Ieder bericht over een mogelijk verkrappend monetair beleid, leidt direct tot forse koersdalingen op de aandelenmarkt. De kwantitatieve verruiming door Centrale Banken van de afgelopen jaren is echter nauwelijks in de reële economie terechtgekomen. Men zou hoogstens kunnen stellen dat hiermee stagnatie en deflatie is voorkomen. Van een normaal monetair beleid is momenteel dan ook geen sprake. Bij voortduring hiervan kan dit mogelijk leiden tot allerlei negatieve bijwerkingen in de economie met als doemscenario een nieuwe crisis.

Hoewel wij dit scenario op korte termijn nog niet verwachten, zijn er wel degelijk risico’s waarmee wij rekening houden zoals: de kwetsbaarheid van de opkomende economieën, het beperkte economische herstel ondanks de lage rente, de sterk gedaalde grondstofprijzen en het gebrek aan slagvaardige besturing van de eurozone. Over het Griekse schuldenprobleem wordt nauwelijks meer gesproken maar ook dit verliezen wij niet uit het oog. Brussel zal niet ontkomen aan gedeeltelijke afschrijving van deze schulden maar (de politiek) durft een dergelijke beslissing maar niet te nemen.

Zoals u weet, hebben wij afgelopen zomer onze belangen in de opkomende markten (tijdig!) verkocht. Hiernaast hebben wij gedurende het gehele jaar 2015 geen belangen genomen in de sectoren grondstoffen en energie welke beslissing een significante bijdrage aan onze outperformance heeft geleverd. Het accent van onze aandelenbeleggingen lag op de Verenigde Staten waarbij een sterke dollar welkom was.

Vooruitzicht 2016

Voor 2016 verwachten wij een redelijke groei van de Amerikaanse economie, ondanks een sterke dollar. De Europese economieën zullen een beperkt verder herstel tonen. De Chinese regering zal waarschijnlijk geen grote verzwakking van haar economie toestaan vanwege de behoefte aan maatschappelijke stabiliteit. Met uitzondering van Brazilië, zullen de meeste opkomende economieën enigszins herstellen met dien verstande dat dit herstel zal worden bemoeilijkt door eventuele verwachte renteverhoging(en) in de Verenigde Staten en een mogelijke verdere terugval van de Chinese economie. Echter, de matige groei van de Amerikaanse economie zal de FED er toe dwingen om een voorzichtig rentebeleid te voeren.

De huidige inflatie is nog altijd laag, mede als gevolg van de scherp gedaalde olieprijs. De kerninflatie (inflatie zonder energie- en voedselprijzen) is echter al aan het oplopen, zeker in de Verenigde Staten. De korte rente zal nog geruime tijd laag blijven, echter de lange rente zal in de loop van dit jaar een lichte stijging tonen als gevolg van de oplopende inflatie.

De grote economische en monetaire verschillen tussen landen/regio’s blijven een bron van aandacht en voor veel beleggers reden tot onzekerheid. Dit zal in 2016 weer voor een zekere volatiliteit op de markten zorgen. Naast de recente technische marktontwikkeling is dit aspect de reden dat wij momenteel in de diverse beleggingsprofielen liquiditeiten aanhouden en voorzichtigheid betrachten met deze te herinvesteren. Hiervoor is meer bevestiging van de door ons gevolgde indicatoren vereist. Indien deze bevestiging uitblijft dan zullen wij niet aarzelen om onze aandelenposities verder af te bouwen. Voor alle duidelijkheid: tijdelijk liquide zijn is ook beleid! 

Wereldeconomie

De wereldwijde economische groei heeft, net als in de eerste drie kwartalen, ook in het vierde kwartaal van 2015 aan kracht ingeboet. Er is een situatie ontstaan waarin de westerse landen maar zeer geleidelijk herstellen van de crisisjaren. De opkomende economieën zien daarentegen al voor het vijfde achtereenvolgende jaar de groei afnemen. Ook de prognoses voor de komende jaren zijn vooralsnog niet erg rooskleurig, zoals blijkt uit de voorspellingen van het IMF en de OESO. Voor 2015 wordt namelijk verwacht dat de wereldwijde groei op 3% zal uitkomen (in 2014 nog 3,4%), welke naar verwachting in 2016 en 2017 weer zal aantrekken naar 3,2% respectievelijk 3,5%.

De aanleiding van de groeivertraging wordt veroorzaakt door een complexe samenloop van omstandigheden. Scherpere kapitaaleisen voor banken, beperkte investeringsbereidheid, een lage productiviteitsgroei in het bedrijfsleven, vergrijzing in diverse westerse landen, toenemende schuldproblemen in de opkomende markten, meer volatiliteit op de effectenmarkten en een herstructurering van het Chinese groeimodel zijn hiervan voorbeelden. De wereldeconomie bevindt zich dus in een uitdagende situatie, gekenmerkt door bescheiden groei met een toenemend risico op tegenvallers. Als gevolg hiervan is het vertrouwen van zowel de consument als de producent nog te laag, welk vertrouwen essentieel is voor een verder economisch herstel. Het zal internationale beleidsmakers er daarom alles aan gelegen zijn om met monetaire, fiscale en structurele hervormingen nieuwe impulsen te geven voor duurzame expansie.

Verenigde Staten

De Amerikaanse economie bevindt zich inmiddels in het 6e jaar van economische groei sinds de recessie in 2009. Het derde kwartaal van 2015 zette deze trend voort met een groei van het Bruto Binnenlands Product van 2,2% ten opzichte van een jaar eerder. Gesteund door lage energieprijzen, fiscale lastenverlichting en betere omstandigheden op de huizenmarkt, wordt het negatieve effect van de sterke US-dollar ruimschoots gecompenseerd. De verbeterde arbeidsmarkt geeft nieuw vertrouwen aan de consumenten en dit is terug te zien in de bestedingen. De loonstijgingen blijven echter nog beperkt, wat voor een deel is toe te schrijven aan de lage arbeidsparticipatie van de Amerikanen. Liefst 35% van de beroepsbevolking staat niet als werkzoekende geregistreerd, waardoor de feitelijke werkloosheid dus hoger is dan de cijfers tonen. Dit drukt het loonniveau. Een element van zorg is het feit dat de nieuwe orders van het bedrijfsleven al enige tijd afnemen. Inmiddels heeft dit zich vertaald in een industriële productie die negatief groeit en dus afneemt. Desalniettemin heeft de Centrale Bank (FED) op 16 december jongstleden voor het eerst sinds 2006 de rente verhoogd om een signaal af te geven dat de economie nu voldoende robuust is om op eigen kracht verder te gaan. Als dit het geval is en tevens de inflatie weer aantrekt, zullen in 2016 nog enkele renteverhogingen kunnen plaatsvinden, is de algemene verwachting.

Eurozone

De Europese economie wordt in 2016 verwacht op een gematigd tempo van ± 1,5% verder te groeien. Lagere olie- en grondstofprijzen, ruimere monetaire stimulering, de depreciatie van de euro en het toegenomen consumentenvertrouwen zijn hiervan de belangrijkste aanjagers. De groei is echter te beperkt om de werkloosheid naar een aanvaardbaar niveau terug te brengen. Hoewel de werkloosheid sinds een half jaar consistent lijkt te dalen, bedraagt deze nog steeds ruim 10% en onder de jeugd zelfs 25%. Hiernaast is de groei vooral het gevolg van monetaire prikkels (lees: het kunstmatig laag houden van de rente) en externe factoren (olie, euro) die ook weer snel kunnen wijzigen. Zoals in de introductie vermeld, is dit geen stimulans voor structurele hervormingen welke op langere termijn moeten leiden tot duurzame groei. De praktijk leert dan ook dat er op dit punt nog meer moet gebeuren. Bij gebrek aan maatregelen van de individuele EU-landen is voorlopig de Europese Centrale Bank (ECB) aan zet. Daar is echter het bestuur steeds minder eensgezind om nieuwe stappen te zetten naar nog meer geldcreatie. Met name Duitsland, Nederland en de Scandinavische landen willen een gematigd optreden van de ECB, terwijl de zuidelijke lidstaten juist om meer impulsen roepen.

Desalniettemin zet het economische herstel zich voorlopig voort in combinatie met een zeer lage inflatie, lage rente en bedrijfsresultaten die op peil blijven. Om dit beeld niet te verstoren, zal de EU zich de komende jaren moeten inspannen om de interne verdeeldheid tegen te gaan. Het Griekse schuldenprobleem is tenslotte nog niet voorbij, Groot Brittannië dreigt met vertrek uit de EU en het Schengen-akkoord staat ter discussie als gevolg van de vluchtelingenproblematiek. Hierbij blijven de investeringen door overheden veel te laag waardoor een essentieel element voor herstel ontbreekt. De korte termijn (politieke) visie gericht op overheidstekorten en schuldenniveaus heeft als gevolg dat weinig politici een gezonde en elementaire lange termijn visie erop nahouden.

Japan

De Japanse economie moet al bijna een kwart eeuw genoegen nemen met een zeer beperkte expansie. De overheid heeft niet veel meer mogelijkheden benut dan een ruime monetaire politiek te voeren. Evenals Europa profiteert Japan op dit moment van de lage olieprijs en de depreciatie van de yen. Gezien het open karakter van de Japanse economie, het land importeert veel olie en is in hoge mate afhankelijk van de export, zou hier een voordeel uit te halen moeten zijn. Anderzijds is China een belangrijke handelspartner en neemt de vraag uit dat land naar Japanse auto’s af vanwege de afnemende conjunctuur aldaar en de almaar sterker wordende Chinese autobranche. Voor 2015 en 2016 wordt de Japanse groei ingeschat op respectievelijk 0,6% en 1,0%.

China

China was het afgelopen decennium de overtreffende trap op het gebied van economische groei. Het in 2010 opgestelde 5-jarenplan van de Communistische Partij stuurde destijds aan op een verdubbeling van het Bruto Binnenlands Nationaal Product in 10 jaar tijd, ofwel een gemiddelde groei van 7% per jaar. Hoewel China tot nu toe op schema zit, zijn er veel aanwijzingen dat het land de komende jaren met een lagere groei genoegen moet nemen. Onlangs is het nieuwe (13e) 5-jarenplan besproken, waarbij de groeidoelstelling op “minimaal 6,5% per jaar” is gesteld. Dat is nog steeds ambitieus maar ook twijfelachtig, gelet op de afkoeling van de huizenmarkt en de kostbare wens van de Chinese overheid om de binnenlandse economie te hervormen. De investeringen die hiervoor nodig zijn, zullen de schuldenlast van het land verder verzwaren. Op de langere termijn is het aanzwengelen van de binnenlandse consumptie het belangrijkste middel om tot een aanhoudend hoge groei te komen. Wellicht is dit de reden dat het nieuwe 5-jarenplan voorziet in een afschaffing van de eenkindpolitiek.

Opkomende markten

Na een aanvankelijk sterk herstel volgend op de kredietcrisis is de economische groei van het gezamenlijk Bruto Nationaal Product van de opkomende markten gedaald van 6,5% in 2011 tot 4,5% in 2014 en naar verwachting 4,0% in 2015. Er zijn echter belangrijke onderlinge verschillen. Landen als China en India groeien 6 tot 7% per jaar terwijl Brazilië en Rusland zich in een recessie bevinden. De grote prijsdalingen op de olie- en grondstoffenmarkt treft veel van de opkomende markten hard, aangezien zij hiervan exporteurs zijn. Het gevolg is dat de munten van deze landen onder druk staan, wat weer leidt tot grotere schuldposities die vaak worden aangehouden in US-dollars. Toch blijft het potentieel van de opkomende markten op termijn groot. Denk hierbij aan een land als India, dat nog aan het begin staat van de internetrevolutie en de bijbehorende e-commerce. Met een (jonge) bevolking die 4 maal zo omvangrijk is als de Amerikaanse, liggen hier nog enorme kansen. Ook Argentinië heeft weer een nieuwe kans op economische hervormingen met de recente benoeming van Mauricio Macri als haar nieuwe president.

Valuta

Met de verwachting dat de rente in de Verenigde Staten het komende jaar verder verhoogd zal worden, is de kans op een sterkere US-dollar duidelijk aanwezig. Opgeteld bij de zwakke situatie waarin de euro zich bevindt (geopolitieke onrust, zwakke economische groei en onderlinge verdeeldheid in de EU), zal de euro/dollar-verhouding wellicht naar pariteit kunnen gaan (1:1). De invloed van de centrale banken blijft hierbij een belangrijke rol spelen, zoals onlangs bleek na de maandelijkse toespraak van ECB-voorzitter Draghi. Wij blijven vooralsnog uitgaan van een sterkere dollar versus de euro.

Obligaties

De rente op Duitse 10-jaars staatsleningen is in 2015 jaar per saldo gelijk gebleven, op een historisch lage stand. De tussentijdse bewegingen waren echter aanzienlijk, met een dieptepunt in april van bijna 0% en een hoogtepunt in juni van bijna 1%. De koersfluctuaties van obligaties waren derhalve ook groot. De mogelijke Griekse uittreding uit de EU (GREXIT) in juli 2015 was hiervan de oorzaak. Na het akkoord met de Grieken is de obligatiemarkt weer hersteld en zijn ook de onderlinge renteverschillen tussen de EU-landen weer kleiner geworden.

Wij verwachten dat de Europese rente gedurende 2016 licht zal stijgen als gevolg van een stijging van de Amerikaanse rente (aanzuigende werking) en een beperkte toename van de inflatie. Vooral de oplopende kerninflatie (inflatie zonder energie- en voedingsprijzen) heeft hierbij onze aandacht. Met het oog hierop is onze obligatieportefeuille nu reeds belegd in leningen van hoge kwaliteit, goede verhandelbaarheid en met korte looptijden van gemiddeld 3,5 jaar. We zijn hiermee voorbereid op nieuwe schokken in de obligatiemarkt.

Aandelen

De vooruitzichten voor aandelen zijn naar onze mening niet veranderd ten opzichte van het vorige kwartaal. De macro-economische vooruitzichten zijn gematigd positief, maar het beursbeeld is de laatste maanden zwak. Daarom hanteren wij tijdelijk een onderweging in aandelen in afwachting van verdere beursontwikkelingen.
We zijn ons wel bewust van de verschillen in economische ontwikkelingen wereldwijd en dat betekent dat we bewuste keuzes maken naar regio’s, sectoren en individuele bedrijven. Zoals ook in het vorige kwartaal, beleggen wij voorlopig niet in opkomende markten en al langere tijd niet in de olie- en grondstoffenmarkt. Dit heeft voor het hele jaar 2015 geleid tot een resultaat op onze aandelenselectiebeleggingen van 12,2%.

Conclusie

Het beleggingsklimaat is het afgelopen jaar uitdagender geworden door de groeivertraging van de wereldeconomie en het risico dat hierop nog tegenvallers kunnen komen. Toch is het belangrijk te constateren dat er nog steeds sprake is van een geleidelijke verbetering van de economische situatie en dat de voorwaarden voor aandelenbeleggingen nog gunstig zijn: lage inflatie en rente, gezonde bedrijfsresultaten en een dividendrendement dat ruimschoots boven de obligatierente uitstijgt. Beleggers zullen beloond worden voor hun investeringsrisico, indien ze bereid zijn om tijdig en grondig maatregelen te nemen bij wijzigende marktomstandigheden. Tijdelijk een overschot aan liquiditeiten opbouwen kan dan een zegen zijn.