Rendement berekenen

Wat is het rendement op uw vermogen?

Bereken rendement

Kwartaalbericht

Ontvang de actuele beleggingsvisie

Schrijf in

Buying opportunity?

Nadat de beurzen gedurende de afgelopen tweeënhalf jaar een sterke stijging toonden, heeft zich in het derde kwartaal van 2015 een correctie voorgedaan. Dit voorval is op zich niet verwonderlijk. In periodes van matig economisch herstel verzilveren beleggers nu eenmaal graag van tijd tot tijd hun winst. Hoe zijn wij omgegaan met deze correctie en wat is onze verwachting voor de nabije toekomst?

Indien wij de afgelopen 70 jaar bekijken dan bevinden wij ons momenteel in de langzaamste economische herstelperiode volgend op een recessie. Ondanks het stimulerende beleid van Centrale Banken om - door middel van onder meer het creëren van liquiditeiten en lage rentes - de economische groei (en inflatie) aan te wakkeren, blijven de economische groeicijfers in West-Europa, de Verenigde Staten en Japan vooralsnog matig. Wanneer een sterk fundamenteel (lees: economisch) klimaat ontbreekt, worden beleggers onrustig, met als gevolg dat de technische (lees: beurstrend) ontwikkeling aan momentum verliest: beurzen gaan een zijwaarts patroon laten zien met grotere en snellere fluctuaties (volatiliteit). Dit is exact wat er sinds april van dit jaar heeft plaatsgevonden (zie: benchmark MSCI World Equity Index in local currency).

Anti-cyclisch

Zoals u weet, hanteren wij al circa 45 jaar een anti-cyclische methodiek om de verwachte economische conditie van de diverse regio’s te bepalen. Deze methodiek heeft zijn waarde bewezen en geeft ons het benodigde vertrouwen om al dan niet te aandelen als de (verwachte) marktomstandigheden veranderen. In de loop van het tweede kwartaal van dit jaar verlaagden wij ons oordeel voor de beleggingscategorie aandelen naar ‘Neutraal’. Gebaseerd op dit fundamentele oordeel en het feit dat de technische ontwikkeling van vele beursindices zijwaarts werd, brachten wij de aandelenposities tot een neutrale weging terug. Vanuit een risk-off optiek werden de meest risicovolle beleggingen China en India verkocht. Ook het belang in de Pacific werd gehalveerd. De opbrengst werd niet herbelegd.

Correctie

Eind augustus vielen de beurzen scherp terug. Velen beschouwden de devaluatie van de Chinese renminbi als oorzaak. Echter, men dient niet te vergeten dat de wereld te kampen heeft met diverse minder florissante ontwikkelingen waaronder een matige economische groei, een gebrek aan inflatie, de spanningen rondom Rusland/Oekraïne en Noord/Zuid-Korea, de IS, het gedeeltelijk wegvallen van het inkomen van de olieproducerende landen (als gevolg van de lage olieprijs) wat de stabiliteit van deze landen in gevaar kan brengen, de riskante nucleaire deal met Iran en de migrantentragedie. Kortom, de devaluatie van de Chinese renminbi heeft de beurscorrectie enkel in gang gezet. Daags na de eerste beurscorrectie hebben wij ons fundamentele oordeel grondig geanalyseerd. Wij kwamen opnieuw tot de conclusie dat, ondanks diverse negatieve elementen, er nog voldoende positieve factoren zijn die steun geven aan de wereldeconomie. De economische groei in de eurozone, VS en Japan accelereert nog steeds, zij het zeer matig. De renteniveaus zijn nog altijd historisch laag en blijven een stimulans vormen, zowel voor de economie als voor aandelen (in plaats van obligaties). De werkloosheid is sterk gedaald (VS) of laat een dalende trend zien (eurozone). Bij nog steeds lage inflatie beginnen de lonen weer te stijgen in de VS als gevolg van krapte op de arbeidsmarkt. Dit is goed voor het vertrouwen en de consumptie. Technisch gezien bepaalden wij een steunniveau. Indien onze benchmark index door dit niveau zou zakken, dan zouden wij opnieuw 10-15% van de aandelenbeleggingen verkopen, ter verdere bescherming van de portefeuilles. Eind september zakte de benchmark index door dit steunniveau en verkochten wij ca. 12% van de aandelen, hetgeen resulteert in een ‘onderweging’ in aandelen.

Vooruitzicht

Zoals u verder in dit kwartaalbericht zult lezen, zien wij nog voldoende kansen om een aantrekkelijk rendement met aandelenbeleggingen te behalen. Als gevolg van het matige economische klimaat, zullen aandelenmarkten volatiel blijven. De nog voortdurende onzekerheid over het tijdstip van de verwachte rentestijging door de FED draagt hier zeker aan bij. Wij zijn van mening dat de Amerikaanse economie een rentestijging prima kan absorberen maar voor veel beleggers voelt dit als het einde van het tijdperk van stimuleren. Wij zien dit eerder als een bevestiging dat ’s werelds grootste economie zich goed ontwikkelt. Vergeet u niet dat na iedere daling, de markten ook weer herstellen en vaker sneller dan men verwacht. Wij blijven hierom alert op nieuwe koopkansen!

Wereldeconomie

Een aanhoudend gematigde expansie in de Westerse landen en afnemende groei in China en de opkomende markten bepalen in 2015 het beeld van de wereldeconomie. Deze laatste zal volgens het IMF en de OESO met 3,2% en 3,8% groeien in respectievelijk 2015 en 2016. Daarmee is de verwachting voor 2015 inmiddels voor de derde maal getemperd en komt de groei hiermee lager uit dan in 2014 (+3,4%). Tevens blijven de prognoses voor de komende jaren op een lager niveau dan de lange termijn gemiddelden van voor de kredietcrisis. Dit uit zich ook in de nog steeds lage investeringsbereidheid van ondernemers. Sinds het uitbreken van de kredietcrisis in 2007 hebben de investeringen in de Verenigde Staten en Europa niet meer de historische gemiddelden bereikt van voor de crisis.

Factoren die wel bijdragen aan de economische groei zijn de nog steeds goedkope financieringscondities (lage rente), lagere olieprijzen, een stijgend consumentenvertrouwen en een verbeterde arbeidsmarkt. Daarentegen zijn er risico’s van eventuele tegenvallers die momenteel uit de hoek van de opkomende markten komen. Deze zijn veelal in belangrijke mate afhankelijk van de export van grondstoffen, waarvan de prijzen aanzienlijk onder druk staan als gevolg van de groeivertraging in China. Verder is de schuldproblematiek van vele van deze landen gegroeid en dat heeft een remmende werking op hun groei.

Verenigde Staten

Het Amerikaanse Bruto Binnenlands Product steeg in het 2e kwartaal van 2015 ruim boven verwachting met 3,7% ten opzichte van het 2e kwartaal een jaar eerder. Hogere investeringen en een toename van de bedrijfsvoorraden waren de belangrijkste oorzaken van dit positieve cijfer. Voor geheel 2015 is de groeiprognose 2,4%. Ter vergelijking: de gemiddelde groei van de Amerikaanse economie bedroeg de afgelopen 65 jaar 3,25% per jaar. Al met al is er dus nog steeds sprake van
een gematigd groeitempo. Al eerder schreven wij dat de Amerikaanse centrale bank (FED) een renteverhoging waarschijnlijk zal uitstellen tot later dit jaar of zelfs 2016. Dat de FED uiteindelijk tot een renteverhoging zal overgaan, is nog steeds de algemene consensus,gezien het vergevorderde herstel op de arbeidsmarkt en de verwachte loonstijging. Echter, vanwege de recente onrust op de financiële markten, de onzekere situatie van de Chinese economie en het mogelijke schokeffect op de opkomende markten heeft de FED de in september verwachte verhoging voorlopig uitgesteld. 

Eurozone

Voor Europa zijn het roerige tijden. Na de onrust rondom de Griekse schulden, heeft de vluchtelingenproblematiek het continent in zijn greep. De economie herstelt zich desalniettemin van de crisis, wat recent nog eens is aangetoond door beter dan verwachte cijfers over het Duitse ondernemersklimaat. Tevens is de kerninflatie het dieptepunt gepasseerd en neemt weer licht toe. Toch is ook in de eurozone sprake van slechts een gematigde groei van naar verwachting 1,5% en 1,7% in 2015 en 2016. Onlangs sprak voorzitter Draghi van de Europese Centrale Bank zijn zorgen uit over dit broze herstel en benadrukte dat de ECB alle middelen, die zij tot haar beschikking heeft, zal gebruiken om een eventuele hapering in de groei te vermijden. Ergo: het monetair stimuleren van de economie zal misschien nog worden uitgebreid, hetgeen ons sterkt in de verwachting dat de Europese rente voor een langere periode laag kan blijven. 

Onder economen woedt er een hevige discussie of het langdurig monetair stimuleren van de economie ook structurele oplossingen biedt voor hogere groei. Tegenstanders zien in dit systeem namelijk het gevaar van gewenning aan goedkope financiering, waardoor er geen impulsen komen om schulden af te bouwen, en investeringen dreigen plaats te vinden die bij normale renteverhoudingen niet rendabel zullen zijn. 

Japan 

De Japanse economie stelde in het 2e kwartaal van dit jaar teleur met een magere groei van 0,9% van jaar tot jaar. Hierbij speelt de verhoging van de btw van 5 naar 8% in april van 2014 ongetwijfeld mede een rol. Er was sprake van afgenomen consumentenbestedingen, lagere bedrijfsinvesteringen en een daling van de export. Het ruime stimuleringsbeleid van de regering Abe sorteert dus nog niet het gewenste effect. Het land leunt voornamelijk op de politiek van monetaire stimulering. Voor 2015 en 2016 wordt in Japan een economische groei voorzien van 0,8% en 1,2%. De raming voor 2016 is hiermee verlaagd (was 1,5%).

China 

De economie van China heeft last van haar duurdere nationale munt, de renminbi, welke de afgelopen jaren duurder is geworden in vergelijking met de US-dollar, de euro en de Japanse yen. Deze appreciatie werd door de Chinese overheid toegelaten omdat de overschotten op de lopende rekening hoog waren en de dollarreserves sterk toenamen. Diverse problemen waarmee de overheid kampt, hebben te maken met de onhoudbaar gegroeide investeringen die nooit rendabel zullen zijn en waarvan de schuldenlast tot nauwelijks oplosbare financieringsproblemen dreigt te leiden voor de SOE-sector (State Owned Entreprise), de lagere overheid, tal van banken en in laatste instantie de centrale overheid. De duurdere renminbi maakt het land minder concurrerend, hetgeen een serieuze bedreiging vormt voor de groeipotentie in de komende jaren, aangezien de export nog altijd de belangrijkste motor is van de Chinese economie. De Chinese overheid is daarom gestart met
een economisch herstructureringsprogramma dat ertoe moet leiden dat de Chinese economie meer gedreven wordt door de consumptieve vraag. Dit lijkt te lukken, gezien de sterke groei in consumentenbestedingen en de expansie van de dienstensector ten opzichte van de industrie. Vooralsnog wordt voor 2015 en 2016 een economische groei van respectievelijk 6,7% en 6,5% verwacht, ruimschoots onder het gemiddelde van de laatste 15 jaar. 

Pacific

De belangrijkste vertegenwoordigers van de Pacific-regio, Australië en Nieuw-Zeeland, laten nog steeds een bovengemiddelde economische expansie zien. Toch staan deze landen onder invloed van de dalende prijzen op de grondstofmarkten. Tot op heden heeft dat niet geleid tot groeivertragingen, echter het is de vraag of dit niet een kwestie van tijd is.

Opkomende markten 

De opkomende markten maken daarentegen een moeilijke periode door. Met name de landen die afhankelijk zijn van de export van grondstoffen hebben te lijden onder de huidige prijsdalingen van metalen en energie. Hierbij komt nog het probleem van de sterk gestegen schulden die voor een groot deel in US-dollars worden aangehouden. De relatieve sterkte van de US-dollar zorgt ervoor dat deze schulden in lokale valuta toenemen en dat de valutakoersen en deviezenreserves
onder druk staan. Hierdoor stijgen rente en inflatie in de opkomende markten met alle negatieve gevolgen van dien voor hun groei, hun begrotingssaldi en hun lopende rekeningen. Brazilië en Rusland zijn hiervan sprekende voorbeelden. Valuta
De opvallendste ontwikkeling op de valutamarkten in het derde kwartaal was het feit dat China in augustus van dit jaar besloot om de wisselkoers van de renminbi flexibeler te maken. De overheid gaf als verklaring dat dit een stap was om meer te voldoen aan de voorwaarden om toegelaten te worden tot het mandje munten dat de SDR (Special Drawing Rights), de reken- en reserve-eenheid van het IMF, vormt. Deze actie had wel tot gevolg dat de Chinese munt in korte tijd 3% daalde ten opzichte van de US-dollar, omdat het door de markt werd uitgelegd als een poging van China om de economie een steun in de rug te geven, ofwel een teken van zwakte. Het gevolg hiervan was dat een forse koerscorrectie op de internationale aandelenbeurzen werd ingezet. Wat de US-dollar betreft, staat deze al geruime tijd sterk tegenover de euro en andere valuta’s, mede vooruitlopend op de geanticipeerde renteverhoging en als gevolg van de terugtrekking van fondsen uit de opkomende markten.

 

Obligaties

De obligatiemarkt leek na een onstuimig begin van het jaar weer wat rust te hebben gevonden. Nadat aanvankelijk de rente op de 10-jarige Duitse staatsobligaties met bijna 1% steeg, is deze weer gedaald naar een niveau van ±0,60% ten tijde van dit schrijven. ECBvoorzitter Draghi heeft in zijn laatste persconferentie gewezen op het broze economische herstel in de eurozone, waarbij hij aangaf niet te zullen aarzelen om extra monetaire maatregelen te treffen, indien nodig. Zoals wij eerder dit jaar aangaven, bevestigt dit onze verwachting dat de Europese rente de komende periode slechts in beperkte mate zal kunnen stijgen. Wealtheon heeft met het het oog hierop reeds in mei van dit jaar besloten om de gemiddelde looptijd van de
obligatieportefeuille te verlagen zodat onze selectie minder rentegevoelig is en hierdoor beter beschermd is tegen koersdalingen. In het derde kwartaal is deze strategie verder aangescherpt.

Aandelen

De aanhangers van het gezegde “Sell in May and go away, but remember to be back in September” kregen het afgelopen kwartaal gedeeltelijk gelijk. De koerscorrectie kwam in augustus met een gemiddelde daling wereldwijd van ± 10% en werd ingezet op het eerder genoemde besluit van China om de renminbi meer speelruimte te geven en de constatering van een verder afzwakkende Chinese economie. Of een algemeen koers herstel zich in het vierde kwartaal zal voordoen, moet nog
blijken. De waardering van aandelen is in elk geval aantrekkelijker geworden. De economische en bedrijfscijfers over het derde kwartaal zullen hierbij richtinggevend zijn. 

In afwachting van een en ander heeft Wealtheon de overweging in aandelen in de periode mei-juli naar een neutrale positie teruggebracht, onder andere door de investeringen in de opkomende markten China en India geheel te verkopen. Eind september hebben wij het belang in aandelen zelfs teruggebracht naar een duidelijke ‘onderweging’, ingegeven door de aanhoudende koersdalingen. Verder hebben wij nog altijd geen belangen in de sectoren energie, grondstoffen en telecom.
Als gevolg van dit beleid laat onze aandelenselectie dit jaar een resultaat zien dat ruim 7% hoger is dan de wereldaandelenindex. Wij hebben momenteel een ruime cashpositie in de portefeuilles, wat het grote voordeel biedt dat wij op termijn weer aandelenposities tegen lagere koersen kunnen kopen.

Conclusie

Het scenario van een aantrekkende wereldeconomie is nog steeds intact maar de groeiprognoses zijn wel enigszins neerwaarts bijgesteld. Per saldo is Wealtheon gematigd positief over het wereldwijde macroeconomische klimaat maar geeft speciale aandacht aan de problemen in de opkomende markten. De huidige onderweging in aandelen zal echter pas worden opgehoogd wanneer de rust op de financiële markten terugkeert. De nadruk leggen wij vooralsnog op Europese en Amerikaanse aandelen met een stabiele winstgroei en een aantrekkelijke waardering. 

In de pers