Rendement berekenen

Wat is het rendement op uw vermogen?

Bereken rendement

Kwartaalbericht

Ontvang de actuele beleggingsvisie

Schrijf in

Kwartaalbericht eerste kwartaal 2015

Van sparen naar investeren in 2015?

Het contrast in economische groei tussen de Verenigde Staten en de eurozone zal zich waarschijnlijk in 2015 doorzetten. Hierbij zal de invloed van de centrale banken cruciaal blijven in de verdere ontwikkeling van de wereldeconomie en van de verschillende effectenmarkten.

Het stimulerend beleid dat sinds de crisis in 2008 door de Europese centrale bank is gevoerd, resulteert tot nu toe nog niet in een overtuigend herstel. De belangrijkste reden hiervoor is dat zonder een bijdrage van het begrotingsbeleid, het monetaire beleid bij de inmiddels uiterst lage rentestanden nauwelijks meer extra impulsen kan geven aan de economie. De vraag naar krediet van de private sector is dan ook sterk gedaald in vergelijking met voor de crisis. Uiteraard kan men dit deels verklaren door de hoogte van de schuldniveaus van bedrijven en consumenten, maar ook door het stringente beleid van lidstaten inzake bezuinigingen en het terugdringen van begrotingstekorten, ook in landen die blijkens hun overschotten op de lopende rekening van de betalingsbalans over speelruimte beschikken.

Indien wij het huidige investeringsklimaat beschouwen in de Verenigde Staten en de eurozone dan constateren wij dat voor de eurozone de investeringen gemiddeld ruim 15% lager liggen dan in 2007. In een aantal lidstaten is het investeringspeil nog sterker gedaald. Circa 75% van deze terugval komt voor rekening van vijf lidstaten: Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Griekenland, Italië en Spanje. Het aandeel van investeringen in het BNP van de eurozone in 2013 beliep 19,3% wat ruim 2% beneden het langjarig gemiddelde ligt. Het behoeft dan ook geen verder betoog dat deze forse investeringsdaling voor een belangrijk deel heeft geleid tot de diepe terugval van het BNP beneden de trendlijn.

In tegenstelling tot de eurozone hebben de Verenigde Staten direct na de crisis een beleid gevoerd dat - naast sanering van de bankensector – een omvangrijke begrotingsimpuls gaf en verder sterk was gericht op monetaire verruiming, de zogenoemde quantitative easing-programma’s (‘QE’). Dit beleid heeft zijn vruchten afgeworpen getuige de huidige economische groei in USA van circa 2,7% op jaarbasis, waartegen de groei van 0,8% in de eurozone schril afsteekt. De EU is duidelijk op achterstand gezet, welke niet gemakkelijk in te halen zal zijn. Het is ook daarom dat wij in ons aandelenbeleid voor onze cliënten de afgelopen jaren de nadruk op de Verenigde Staten hebben gelegd.

Strategie

Aangezien wij op dit moment uitgaan van een licht neerwaartse druk op de rente, blijft het accent binnen ons obligatiebeleid liggen op een gemiddelde looptijd (‘duration’) van 6 jaar. Indien de rente verder daalt, zal dit een positief effect op het rendement hebben.

performance wealtheon aandelenselectie

Betreffende ons aandelenbeleid kijken wij terug op een succesvol 2014. Onze aandelenselectie steeg met ruim 17% welk resultaat - net als in 2013 - hoger was dan het resultaat van de algemeen gehanteerde benchmark MSCI wereldaandelenindex (alle landen). Ons macro-economisch oordeel blijft gematigd positief, wat betekent dat wij ook voor 2015 de beleggingscategorie aandelen aantrekkelijk achten. Dit baseren wij op het voortgaande ruime monetaire beleid van centrale banken en het gebrek aan alternatieve aantrekkelijke beleggingsvormen. Echter, wij zijn ons ervan bewust dat de aandelenmarkt vooralsnog niet winstgedreven is. Uit dien hoofde kan de belegger voor 2015 rekening houden met een mogelijk lager rendement in deze beleggingscategorie dan in 2014. Weliswaar zal dit rendement nog steeds aantrekkelijk zijn, maar de gevoeligheid voor risico’s zal toenemen. Wij zullen hiervoor op onze hoede zijn.

Wereldeconomie

Verenigde Staten

In de Verenigde Staten is duidelijk sprake van herstel. De Amerikaanse economie groeit momenteel met circa 2,7% van jaar op jaar maar ondergaat daarbij een versnelling. Het verruimende monetaire beleid van de FED in de afgelopen jaren heeft zijn vruchten afgeworpen. Daarnaast zijn er ook successen geboekt op het vlak van het begrotingstekort en de staatsschuld. Het begrotingstekort, dat in 2009 nog ruim 10% van het BNP beliep, o.a. als gevolg van de toen uiterst nuttige begrotingsimpuls, is inmiddels teruggelopen naar 2%, terwijl de staatsschuld momenteel stabiliseert onder de 100% van het BNP. Ook het tekort op de lopende rekening is sterk gedaald van 10% van het BNP naar ruim 2%. Dit is een knappe prestatie van de beleidsbepalers van ‘s werelds grootste economie.

De verwachting is gerechtvaardigd dat de groei in de komende jaren verder zal toenemen, mede als gevolg van het aanboren van een nieuwe energiebron namelijk het schaliegas. De winning van dit gas heeft een zodanige vorm aangenomen dat de VS, traditioneel altijd een van de grootste netto-importeurs van energie, op dit moment al steeds minder afhankelijk is geworden van olie-invoer uit de landen van het Midden-Oosten en binnen afzienbare tijd netto-exporteur gaat worden van energie. De olie- en gasproducerende landen ondervinden nu al de gevolgen hiervan getuige de recente scherpe daling van de olieprijs. Ook zal de concurrentiepositie van het Amerikaanse bedrijfsleven sterk verbeteren. Voor 2015 verwachten wij dat de VS opnieuw een van de best presterende industrielanden zal zijn. De algemene vrees dat de Amerikaanse centrale bank (FED) in de eerste helft van 2015 haar beleid gaat verkrappen met een hogere beleidsrente achten wij pessimistisch. Op de eerste plaats is hiervoor het groeitempo nog te beperkt en, gezien de vooralsnog matige loonontwikkeling, is er ook vanuit inflatieoogpunt (1,3%) nauwelijks druk op de rente.

Eurozone

In tegenstelling tot de Verenigde Staten hebben, onder Duitse leiding, de leden van de eurozone van meet af aan als prioriteit gekozen voor het terugdringen van het begrotingstekort en met de gevolgen van dien voor de vraag. De bestedingen van overheden en consumenten staan zwaar onder druk evenals de bedrijfsinvesteringen en de groei stagneert. Met het Stabiliteits- en Groeipact is een goede stap gezet in de verdere vormgeving van de eurozone. Ook het beleid van de Europese centrale bank (ECB) en de oprichting van de Bankenunie hebben bijgedragen aan versterking van het vertrouwen van en in de bankensector. Recentelijk herhaalde ECB-president Draghi dat hij alle middelen zal inzetten om de euro te redden. Echter het is tot op heden niet gelukt om de bancaire kredietverlening met gerichte maatregelen op gang te krijgen, wat niet verbaast gelet op de ver teruggevallen vraag.

Verder komt het spookbeeld van deflatie steeds dichterbij, waarbij de eurozone in dezelfde situatie kan terechtkomen als dat decennia geleden Japan overkwam. De ECB heeft er veel aan gedaan om de rente naar een zo laag mogelijk niveau te brengen. Momenteel bevindt de rente op lange staatsleningen zich in de sterkere landen onder de 1%, evenals de inflatie. De reële rente is dus ongeveer nul. Omdat de rente niet verder kan dalen, dreigt bij prijsdaling de reële rente positief te worden, wat het toch al zwakke herstel van de Europese economie teniet zou kunnen doen. Al enige tijd spreekt de ECB van de mogelijkheid om staatsleningen van de lidstaten op te kopen. Gelet op het al lage rendement van dit papier is het de vraag of dit veel zal helpen. Tenslotte heeft de nu al lange periode van lage rente niet geleid tot extra bestedingen. Bovendien ziet een aantal landen, vooral noordelijke, dit instrument als grenzend aan ongeoorloofde staatssteun.

Japan

De verhoging van de btw in het afgelopen jaar heeft geleid tot een vertraging van de groei van de Japanse economie gedurende het derde kwartaal 2014. In de kwartalen daarvoor werd een redelijke groei gescoord, dit als gevolg van een agressief monetair beleid. Inmiddels heeft premier Abe de geplande verdere verhoging van de btw met 2% uitgesteld tot 2017. De doelstelling van een hogere inflatie werd met een stijging van de consumentenprijzen van 2,7% bereikt, mede dankzij de lagere yen, maar de loonstijging blijft nog achter. Daarnaast blijven de overheidsfinanciën met een bruto staatsschuldquote van 240% van het BNP een zorgenkind. Voor 2015 verwachten wij een verdere afzwakking van de yen, welke de economie zal stimuleren en opnieuw zal leiden tot een iets hogere inflatie.

Pacific

De belangrijkste gebeurtenis in deze regio zijn de spanningen in Hong Kong, alwaar de bevolking de straat op ging voor meer democratie. Vooralsnog was de reactie van de Chinese autoriteiten terughoudend. Niettemin hebben de demonstraties tijdelijk geleid tot paniek op de lokale financiële markten. Met respectievelijk 3,2% en 2,7% tonen Zuid-Korea en Australië een redelijk aantrekkelijke economische groei.

Opkomende landen

Het ziet ernaar uit dat de bijdrage van de opkomende markten in 2015 aan de wereldconjunctuur minder zal zijn dan in de periode na de crisis. Bijna alle landen laten een afvlakking van het groeitempo zien. De economie van Brazilië, die in 2010 nog een groei toonde van 6%, bevindt zich bijna in een recessie en ondervindt grote structurele problemen. Met de herverkiezing van president Roussef is het de vraag of deze zullen worden aangepakt, al geeft de samenstelling van het nieuwe economische team hoop. Ook Argentinië en Venezuela staan door slecht beleid aan de rand van de afgrond. China en India vormen daarop een uitzondering. Met een economische groei van 7,5% doet China het beter dan andere landen, maar de spanningen in de financiële sector door slechte leningen nemen toe. In India lijkt de economische groei onder het beleid van president Modi weer wat aan te trekken.

Valuta

Gelet op het verdere herstel van de Amerikaanse economie en de toekomstige geringere invoerafhankelijkheid van energie blijven de vooruitzichten voor de U.S. dollar ook in 2015 positief. Het sterk gedaalde begrotingstekort en het teruggelopen tekort op de lopende rekening van de betalingsbalans onderbouwen het vertrouwen. Ook voeren andere delen van de wereld een beleid dat gericht is op verzwakking van hun munten. Zo leidt de rente-verlagende beleid van de ECB, mede door het opkopen van lang papier, tot verzwakking van de euro. Naast een zwakkere euro verwachten wij op grond van het extreem verruimende beleid van Japan eveneens een voortgaande depreciatie van de yen ten opzichte van de dollar en in mindere mate ten opzichte van de euro. De Russische roebel verkeert in diepe crisis door de zelf opgeroepen problemen in Oekraïne en de olieprijsdaling.

Obligaties

De voortgaande monetaire verruiming door de ECB heeft ertoe geleid dat de rentetarieven in de afgelopen periode naar historische dieptepunten zijn gedaald. De deflatoire tendensen in de eurozone hebben de druk op de ECB verhoogd om met verdere verruimende maatregelen te komen, waarbij door president Draghi wordt gezinspeeld op het opkopen van staatsobligaties. De ECB lijkt weinig keus te hebben. Immers alle maatregelen in het afgelopen jaar ten spijt, blijft het broodnodige economische herstel op een te laag pitje staan. Tevens is de ECB veraf  van haar inflatiedoelstelling van 2%. Toch is het een grote stap om tegen de wens van de Duitse centrale bank in te gaan. De grote vraag is dus of, en zo ja wanneer, de ECB zal besluiten hiertoe over te gaan. Een verdere neerwaartse druk op de lange rente is vooralsnog het meest waarschijnlijke scenario. In de Verenigde Staten echter is het aankoopprogramma voor staatspapier beëindigd. Hieruit volgt niet dat de FED de rente op de korte termijn weer zal gaan verhogen, zoals de president van de FED heeft duidelijk gemaakt. Een te snelle verkrapping betekent een risico voor het aan kracht winnende herstel. Op grond hiervan verwachten wij in de komende zes maanden eerder een licht dalende tot zijwaartse beweging van de lange rente. De korte rente blijft voorlopig laag en vormt nauwelijks een bedreiging.

Aandelen

De aandelenrendementen waren in 2014 wederom sterk positief indien valutaire koerswinsten worden meegerekend. Dit is voor een niet onaanzienlijk deel toe te schrijven aan het voortdurend ruime beleid van de centrale banken, waardoor de rente op 10-jarige leningen terugliep tot nieuwe historische dieptepunten. Op zoek naar rendement zijn de aandelenkoersen door beleggers sterk opgedreven. Vele ondernemingen, vooral in de VS, hebben hier een schepje bovenop gedaan door eigen aandelen in te kopen. De vraag is of deze trends zich zullen voortzetten in 2015. Hoewel de FED afscheid heeft genomen van haar QE-programma’s betekent dit niet dat zij haar ruime beleid zal laten varen. Afhankelijk van het verloop van de Amerikaanse economie en de loonontwikkeling zal zij waarschijnlijk in de tweede helft van 2015 meer inzetten op een verkrappend beleid. Mede gezien ons gematigd positief macroeconomisch oordeel blijven aandelen ook voor 2015 een aantrekkelijke beleggingscategorie. Dit wordt gestaafd door nog redelijke omzet- en winstcijfers van het bedrijfsleven. Hoewel nog niet te hoog, zijn ook de waarderingen van aandelen fors gestegen. Uit dien hoofde zal het rendement beperkter zijn dan in 2014.

Conclusie

De wereldeconomie zal naar onze verwachting in 2015 verder aantrekken en een gematigde groei laten zien. Echter de onderlinge verschillen tussen regio’s blijven vooralsnog groot en kunnen alleen worden opgelost door een combinatie van een investerend begrotingsbeleid van overheden en een voorlopig ruim blijvend monetair beleid van centrale banken. Structurele hervormingen blijven urgent in vele landen. Onevenwichtigheden, ook op beleidsgebied, zijn groot en kunnen de huidige groei bedreigen. Valutaspanningen zijn niet uitgesloten. 2015 belooft een interessant jaar voor beleggers te worden.

In de pers